
'Tot nu toe was het altijd zo dat in de crisis de inkomensverschillen groter werden' Grotendeels onwaar; next checkt
NRC.NEXT
31 oktober 2012 woensdag
Section: De wereld over
,,Ik heb in de campagne telkenmale gezegd, het wordt zwaar", zei Samsom gisteren bij Pauw en Witteman: ,,We hebben nu eenmaal een rekening van 16 miljard euro." Maar volgens Samsom wordt die rekening dankzij de PvdA wel ,,eerlijk verdeeld": ,,Tot nu toe was het altijd zo dat in de crisis de inkomensverschillen groter werden." Klopt dat?
De meest gebruikte maat om inkomensongelijkheid in een samenleving te meten is de in 1912 door de Italiaanse statisticus Corrado Gini ontwikkelde 'Ginicoëfficient'. De Ginicoefficiënt ligt altijd tussen 0 en 1: bij 0 heeft iedereen hetzelfde inkomen, bij 1 is al het inkomen in handen van één persoon.
In 2000 was de Ginicoëfficient in Nederland volgens het CBS 0,278; in 2010, het meest recente peiljaar, was die 0,279 - een lichte stijging dus. Zoom je in op de tussenliggende periode, dan blijkt dat de Ginicoëfficient in 2007 was opgelopen tot 0,281, om in 2008, het eerste jaar van de crisis, flink te dalen: naar 0,271. In het CBS-rapport Welvaart in Nederland, dat eerder dit jaar verscheen, wordt uitgelegd hoe dat komt. In 2007 ging het economisch goed: daar ,,profiteerden de hoogste inkomens, waaronder veel zelfstandigen" bovengemiddeld van en zo nam de ongelijkheid toe. Omdat diezelfde ondernemers in 2008 en 2009 ook ,,als eerste werden getroffen door de economische crisis" nam de inkomensongelijkheid juist af; ,,Licht economisch herstel" zorgde in 2010 weer voor groei. Omdat de inkomensongelijkheid tijdens de eerste twee jaar van de crisis dus juist kleiner werd dan in de jaren daarvoor, beoordelen we de stelling van Samsom als grotendeels onwaar.
